De boomhut vanuit de tuin gezien.
Op ontdekkingstocht door de tuin met de eigenaresse.
Ook op het dak hebben ze een tuin.
Na een lekker ontbijtje, waar we zelfs een bakje zelfgemaakte yoghurt met corn flakes kunnen krijgen vertrekken we rond 08:30 voor een rit van zo'n vijf uur naar Banjarmasin. Onderweg staan enkele activiteiten op het programma maar vanwege de tijd besluiten we samen met Ami om de Tangkiling Mountain te laten voor wat het is en door te rijden naar de Rungan rivier waar we een kano tochtje krijgen langs enkele orang-oetan pre-release eilanden. Dit is voor ons echt genieten. Je ziet heel veel minder dieren als in Tanjung Puting maar het is meer natuurlijk. De apen die we zien zijn half-wild en de kleintjes zijn zelfs 'in het wild' geboren. Vooral een heel klein ondeugend jonkie maakt dat we veel foto's maken en op een andere plek zien we een aap een grote tak afbreken om hiermee te kijken of het water niet te diep is om doorheen te lopen. Hoe slim kun je zijn.
Heerlijk zo'n rustgevend boottochtje op lage snelheid.
Wij worden bekeken.
Moeder en kind.
Na anderhalf uur varen stappen we weer bij Marpoet in de auto en rijden we door naar het Nyaru Menteng rehabilitatiecentrum, voor ons bekend van televisie van een serie die we volgen.
Hier hadden we veel van verwacht, maar blijkt voor ons een afgang te zijn. Het centrum is volledig afgesloten voor bezoekers en er omheen voelt voor ons als een dierentuin. Een groot pretpark met vogels in kooien, een hertenkamp, een krokodil in een veel te kleine poel en honderd schildpadjes op elkaar gestapeld in een betonnen bak met water. Jammer.
Het schijnt trouwens voor de lokale bevolking echt een dagje uit te zijn. Door het hele park schalt muziek en er wordt zelfs gedanst. Je snapt het al, wij blijven hier niet lang. Opmerkelijk is dat wij, ook hier weer, de enige blanke westerlingen zijn en menigeen met ons op de foto wil, of stiekum een foto van ons maakt.
Uiteindelijk blijkt het vanaf hier zelfs nog vijf uur rijden te zijn naar Banjarmasin. We zijn er nu wel achter, de Indonesische tijdschattingen zitten er vaak naast. We stoppen twee keer onderweg, de eerste keer voor een lunch, heel lekker en de tweede keer voor het diner, niet lekker.
Eenmaal in de stad wordt het steeds drukker en drukker. Duizenden scooters en motoren bepalen het straatbeeld en passeren je links en recht, bestuurders dragen wel of niet een helm en ze zitten alleen, met z'n tweeën of zelfs met z'n vieren op het zadel. Er zijn volop regels voor dit verkeer, maar er wordt niet gehandhaafd door de politie. Wat ook mee speelt met het drukke verkeer is dat het zaterdagavond is en iedereen elkaar opzoekt voor een avondje uit. Voor ons is het een grote chaos.
De entree van het Swiss Bel Hotel.
Aantrekkelijk, maar we hebben er geen tijd voor gehad.