Regenwater moet weggepomt worden.
Nauwgezet wordt het zand gezeeft.
Eén van de mijnwerkers.
Op het programma vandaag staat ook een bezoekje aan de markt in Martapura waar voornamelijk diamanten, edelstenen en sieraden worden verhandeld. In overleg, vooral om tijdswille, besluiten we dit over te slaan en door te rijden. Rond het middaguur is het tijd voor een lunch en halverwege de middag komen we aan in het dorpje Pandak Daun, bekend om de zwemmende buffels in de moerassen.
Ans voelt zich inmiddels steeds beroerder, ziek zelfs, en er wordt besloten dat zij met Marpoet en Abdull naar de lodge in Loksado gaat. Ik ga zelf met Ami dan naar de buffels. Voor Marpoet is het ruim anderhalf uur extra heen en ook weer anderhalf uur terug rijden om ons weer op te pikken. Abdull kan dan bij Ans in de lodge blijven. Zij heeft ook uitgekeken naar het fenomeen van zwemmende buffels maar is blij als ze over niet al te lange tijd kan gaan liggen. Dus nemen we afscheid van elkaar en zwaaien Ans en Abdull ons uit als we in de boot stappen.
Ans en Abdull zwaaien ons uit.
Het eerste deel van de tocht zitten we op het dak van een grotere boot tot we redelijk ver in het moeras zijn beland en we overstappen in een kleine, maar gemotoriseerde kano. Hiermee varen we naar de 'stallen', Dat zijn houten constructies waar de buffels, hoog en droog boven het water, de nacht door zullen brengen.
We moeten best wel lang wachten en in de badende zon is het vreselijk warm. Na een tijdje zien we een aantal buffels in de verte tussen het groen steeds dichterbij komen, maar het duurt nog een flinke tijd voordat de dieren bij ons zijn. Het laatste deel naar de stal is het dieper water en moeten ze echt zwemmen, wat een uniek gezicht is.
De dieren weten de weg en zwemmen rechtstreeks naar de opgang van het platform waar ze een plekje zoeken voor de nacht.
Een uniek gezicht, zwemmende buffels.
De dieren weten de weg naar boven.
Het plekje voor de nacht, hoog en droog.